Hoe ontstaat een tweeling?

Een tweeling komt voor bij 1 op de 80 zwangerschappen. In sommige landen komt het veel vaker voor, terwijl het in China zeldzamer is. Daarmee is bekend dat een twee-eiige tweeling erfelijk bepaald is. Een eeneiige tweeling is dit niet. Hoe ontstaat een tweeling en wat is de kans op het krijgen van een tweeling?

Wat is een tweeling?

De meeste vrouwen baren één baby. Wanneer twee baby’s tegelijkertijd worden geboren spreken we over een tweeling. Ruim 1 op de 80 zwangerschappen blijkt uit een tweeling te bestaan. Een zwangere vrouw heeft dus 1.25 procent kans om een tweeling te krijgen. Vaak is dit al vroeg in de zwangerschap merkbaar, maar ook aan te tonen.

Een tweeling wordt ook wel een meerling genoemd. Maar een meerling hoeft niet perse uit een tweeling te bestaan. Drie of vier baby’s tegelijkertijd is ook een meerling, alhoewel dit veel minder vaak voorkomt en nagenoeg altijd het gevolg is van een vruchtbaarheidsbehandeling.

De zwangerschapsverschijnselen zijn heviger

Er wordt tijdens de zwangerschap het zwangerschapshormoon HCG aangemaakt. Bij een tweeling wordt dit meer aangemaakt. Daardoor zijn bepaalde kwaaltjes heviger. Zo kan misselijkheid meer en langer voorkomen, zijn de borsten gevoeliger en groter en groeit de buik uiteraard ook sneller.

Middels een echo is al vroeg in de zwangerschap aan te tonen dat er twee vruchtjes aanwezig zijn in plaats van één. Maar soms wordt dit niet direct opgemerkt, omdat het ene vruchtje precies voor het andere ligt.

Verschillende soorten tweelingen

Er zijn drie verschillende typen tweelingen. Dit zijn:

  • Eeneiige tweelingen: komen voort uit één eicel en één zaadcel
  • Twee-eiige tweelingen: komen voort uit twee eicellen en twee zaadcellen
  • Siamese tweeling: komen voort uit één eicel en één zaadcel
  • Semi-identieke tweeling: komen voort uit één eicel en twee zaadcellen

Voor het ontstaan van een tweeling maakt het wel degelijk verschil wat voor type tweeling het is. Hieronder beschrijven we het ontstaan van alle drie de types.

Hoe ontstaat een tweeling?

Hoe een tweeling ontstaat is niet in alle gevallen hetzelfde. Er is namelijk een groot verschil tussen de eeneiige en twee-eiige tweeling. Hoe ontstaat een tweeling? Bekijk het hieronder per type.

Bekijk tweeling kinderwagens

Eeneiige tweelingen uit één eicel

Bij een eeneiige tweeling is er één eicel vrijgekomen en bevrucht. Tot zover vrij normaal dus. Direct na de bevruchting vindt er celdeling plaats. Wat eerst één cel was, worden al snel twee cellen, later vier, dan acht etc. Deze celdeling blijft maar doorgaan. Een volwassen mens bestaat uit ruim 100.000 miljard cellen.

Bij een eeneiige tweeling gaat er om onbekende reden direct bij de eerste celdelingen iets anders. Het organisme splits zich in tweeën, en gaat vanuit hier verder met de celdelingen. Dit is mogelijk omdat in dit stadium nog geen organen of andere weefsels zijn gevormd. Hierdoor kunnen er twee aparte embryo’s gevormd worden, die beiden uitgroeien tot een baby. Omdat het DNA van de twee helften precies gelijk is, zal er ook een identieke tweeling ontstaan. De splitsing vindt plaats tussen de 1e en de 9e dag na de bevruchting. Erfelijkheid speelt hier geen rol.

Twee-eiige tweeling bestaan uit twee eicellen

Bij een twee-eiige tweeling laten twee eitjes gelijkertijd los uit de eierstok. Tijdens de ovulatie of eisprong komen dus twee rijpe eitjes vrij, die beiden bevrucht kunnen worden. Wanneer dit gebeurt zullen beiden eicellen, onafhankelijk van elkaar, beginnen met de celdeling.

Omdat het erfelijke materiaal van beiden eicellen los van elkaar staat, lijken deze tweelingen vaak evenveel op elkaar als gewone broers en/ of zussen. In theorie is het zelfs mogelijk dat een vrouw door twee verschillende mannen wordt bevrucht, en de twee-eiige tweeling dus bestaat uit één moeder en twee vaders.

Het gelijkertijd loslaten van twee eicellen tegelijk zie je vooral bij vrouwen die een vruchtbaarheidsbehandeling ondergaan. Hierbij wordt de eisprong gestimuleerd, met als gevolg dat er vaak meer dan één eitje loskomt.

Ook is het loslaten van twee eicellen erfelijk bepaald. Zo is het bij de Joeroeba (yoruba), een stam uit Nigeria, normaal dat 1 op de 22 zwangerschappen bestaat uit een twee-eiige tweeling. In China is dit bij slechts 1 op de 33 zwangerschappen. In Nederland en België komt het bij 1 op de 80 zwangerschappen voor.

Siamese tweelingen bestaan uit een eeneiige tweeling

Dan hebben we nog de Siamese tweeling. Dit is een tweeling die begint als eeneiige tweeling. Een eicel wordt bevrucht door één zaadcel. Na de bevruchting splitst deze eicel zich in tweeën. Bij de splitsing gaat het echter mis: het eitje wordt niet volledig in twee helften gedeeld en blijft ergens aan elkaar vastzitten. Dit komt gelukkig zeer zelden voor, bij gemiddeld 1 op de 100.000. De oorzaak is een te late splitsing: na de tiende dag vanaf de bevruchting.

De tweeling kan via een klein gedeelte aan elkaar vastzitten, maar kunnen ook complete organen met elkaar delen. In sommige gevallen worden zelfs de hersenen gedeeld. Afhankelijk van wat er met elkaar gedeeld wordt, kan de Siamese tweeling soms van elkaar gescheiden worden. Hierbij is er altijd een kans dat één van de twee, of beiden, komt te overlijden.

Wanneer één van de twee ziek wordt en sterft, zal de ander ook vaak sterven. Dit geeft aan dat een Siamese tweeling meestal sterk afhankelijk is van elkaar. De helft van alle Siamese tweelingen wordt dood geboren.

Semi-identieke tweelingen uit twee zaadcellen

Het heeft verschillende benamingen: semi-identieke tweeling, anderhalfeiige tweeling, mozaïekbaby’s of verwarde tweeling. Het gaat hier om een tweeling die ontstaan is uit één eicel en twee zaadcellen. Een dubbele bevruchting dus. Iets dat uiterst zeldzaam voorkomt. Normaal gesproken gaan dit soort eicellen ten gronde. Maar soms overleven ze het. Een semi-identieke tweeling kan op twee manieren ontstaan.

De eerste manier wordt vaker bij dieren gezien, maar zelden bij mensen. Een eicel deelt zich nog vóór de bevruchting in tweeën. De splitsing is echter niet volledig, waardoor de half gedeelde eicel door twee zaadcellen bevrucht kon worden. Het erfelijke materiaal wordt met elkaar vermengd, waarna de splitsing zich voortzet. Het delen van de eicel nog voor de bevruchting is normaal bij sommige diersoorten, maar deze splitst zich dan ook geheel.

Een andere theorie is het bevruchten van één eicel door twee zaadcellen tegelijkertijd. Normaal gesproken kan er maar één zaadcel de eicel binnendringen. Vlak daarna wordt er een ondoordringbaar schild door de eicel aangemaakt, waardoor andere zaadcellen worden afgestoten. Om onbekende reden is het toch mogelijk geweest dat er twee zaadcellen tegelijkertijd zijn binnengedrongen. Hierdoor wordt de eicel belast met drie paar chromosoom: één paar van de eicel en twee paar van de zaadcellen.

Hert geslacht van een tweeling bij dubbele bevruchting

Een jongetje ontstaat wanneer de zaadcel het XY-chromosoom bevat. Wanneer zich dit mengt met de eicel (XX-chromosoom), ontstaat er een jongetje (XY-chromosoom).

Een meisje ontstaat wanneer de zaadcel het XX-chromosoom bevat. Wanneer zich dit mengt met de eicel (XX-chromosoom), ontstaat er een meisje.

Zaadcellen zijn dus bepalend voor het geslacht.

Bij een dubbele bevruchting door twee zaadcellen is het mogelijk dat het erfelijk materiaal bestaat uit:

  • eicel XX
  • zaadcel XX
  • zaadcel XY

Het gevolg is een kind dat zowel op een jongen als een meisje lijkt. Dit kan een hermafrodiet zijn (tweeslachtig). Overigens is deze term niet meer in gebruik en vaak onjuist. De andere helft van de tweeling kan wel alleen meisje of jongen zijn.

Deze artikelen zijn met veel liefde en zorg door Dominique geschreven